Klassiek in de Stad

4 & 5 september | Sint-Jansplein

Exclusief: interview met Jef Neve

Tijdens Klassiek in de Stad gaat Jef Neve aan het improviseren met het Re-Mix Orchestra en diept hij enkele jazzy orkestwerken van Gershwin op met deFilharmonie. Een dubbelrol die de veelzijdige pianist op het lijf lijkt geschreven.

Gershwin schreef net als jij muziek in opdracht, maar hij wou vooral erkend worden als ‘ernstig componist’. Maak jij dat onderscheid?
“Al mijn projecten interesseren me. Mijn schoonste cadeau is dat ik tegenwoordig niet meer op alles ja hoef te zeggen. Natuurlijk vragen sommige opdrachten meer tijd dan andere. Ik geef maar een paar klassieke concerten per jaar, net omdat er zoveel voorbereiding inkruipt. Maar ik ben geen klassieke muziek beginnen schrijven omdat me dat meer erkenning als muzikant zou opleveren. Iedereen heeft een genre waarin hij zich bekwaamt, een vak om te leren. Toch merk ik bij veel muzikanten een mentaliteitswijziging. We zijn tegenwoordig sneller bereid om over het muurtje te kijken.”

Daar heb je toch veel zelfvertrouwen voor nodig?
“Mijn muziek evolueert en vooral het feit dat ik al wat bij mekaar heb geschreven helpt daarbij. Het hoeft allemaal niet meer zo conventioneel te zijn. Ik mag al eens op mijn bek gaan. Uit mijn Eerste pianoconcerto heb ik bijvoorbeeld enorm veel geleerd. Niet uit de kritieken, want daar probeer ik geen rekening mee te houden, maar uit het hele proces. Het feit dat het er kwam, bleek achteraf voor mij het belangrijkste te zijn. Nu ben ik bezig aan een tweede concerto en dat zal een pak verder gaan dan het vorige. ”

Hoe moet ik me jouw schrijfproces voorstellen?
“De ideeën komen pas als ik een opdracht krijg of zelf een doel voor ogen heb. Ik noteer een melodie op een blad papier of op de computer – 2011 is intussen ook bij mij gearriveerd – en bouw daarop verder. Eenmaal enkele projecten ‘vertrokken’ zijn, hangt het ervan af waar ik zin in heb. Er is een citaat van Picasso waar ik me wel in kan vinden: “Je mets dans mes tableaux tout ce que j’aime. Tant pis pour les choses, elles n’ont qu’à s’arranger entre elles.”

Was de piano altijd je voorkeursinstrument?
Ik heb geen herinneringen aan een leven zonder de piano. Ik rommelde wel wat aan met de drums en heb ook even saxofoon gespeeld, maar dat was meer een excuus om met mijn kameraden te kunnen drinken. Kerkorgel vind ik ook een fantastisch instrument. Voor een begrafenis heb ik ooit een requiem geïmproviseerd op een kerkorgel, al zal ik daarvoor ook wel wat bij Bach hebben geleend.”

Op Klassiek in de Stad improviseer je met de tieners van het Re-Mix Orchestra. Heb je tips voor hen?
“Improvisatie gebeurt op gevoel, maar er zijn veel technieken om je gemakkelijker uit te drukken. Met je favoriete platen op je gehoor meespelen is een goed idee. Verder is het gewoon een kwestie van ervaring opdoen. Kleuters kunnen Frans leren spreken, maar om Sartre te worden heb je nog wat meer nodig.”

Leave a Reply